De transitie van student geneeskunde naar jonge dokter wordt als lastig ervaren. We weten uit de literatuur dat jonge artsen zich op vele aspecten van het werk niet goed voorbereid voelen. De literatuur richt zich met name op hoe goed de studie geneeskunde voorbereidt op het takenpakket als arts (1), bijvoorbeeld medisch-technische handelingen, het voeren van een slecht-nieuwsgesprek of samenwerken. De huidige literatuur geeft geen antwoord op wat jonge artsen zich, naast de vakinhoudelijke zaken, nog meer eigen moeten maken op het moment dat ze starten met werken als arts. We weten niet welke uitdagingen ze nog meer ervaren, hoe de opleiding hen hierop voorbereidt en wat het ziekenhuis doet om de overstap van studie naar werk makkelijker te maken.
Het gebrek aan inzicht in deze uitdagingen is een kritische lacune in de literatuur, omdat we weten dat dit aanpassingsproces invloed heeft op het welbevinden van startende werknemers. Een overkoepelende theorie om alle uitdagingen te beschrijven is de ‘organisational socialisation theory’ (2-3). Deze theorie gebruiken we in het onderzoek om de transitie van studie naar werk te exploreren.
Documenten